De conferentie van het Watertorenberaad vond dit jaar plaats in de schouwburg van Almere, de stad die haar 50e verjaardag viert. Zo’n 300 professionals van binnen en buiten de wereld van gebiedsontwikkeling verdiepten zich in vragen over de samenhang tussen fysieke en sociale vraagstukken in Neêrlands jongste stad. Er werden ervaringen gedeeld en ideeën uitgewisseld vanuit alle lagen en alle invalshoeken. De middag bood een staalkaart van stadsontwikkeling in ons land anno 2024.
De conferentie bouwde voort op het eerder dit jaar verschenen rapport Samen Slim.
Almere en stadsontwikkeling: emancipatiemachine met een eigen identiteit
‘Almere is een emancipatiemachine’, zei wethouder Paul Tang bij de opening. ‘En dat moeten we blijven’. In de loop van de middag bleek dat Almere daarin ook een lerende stad is. In Almere worden de inzichten toegepast van de vorige conferentie van het Watertorenberaad, vorig jaar in Zwolle. Zoals over het kiezen voor die fysieke investeringen die sociale samenhang versterken en daarmee maatschappelijke kosten en zorguitgaven beperken. Zeker Almere moet daar aandacht voor hebben, want ‘wonen en werken groeit hier sneller dan de sociale samenhang’, zei Paul Tang.
Het ontstaan van een identiteit
Het afdelingshoofd Gebiedsontwikkeling van Almere, Menno Molenaar, was de eerste die het op de dag over een ‘lerende stad’ had. We leren steeds weer van hoe generaties stadswijken na elkaar tot stand komen. Maar één van de interessantste waarnemingen het verrassende effect van de promotie van voetbalclub Almere City naar de Eredivisie. ‘De impact daarvan op het zelfbewustzijn in de stad is niet te onderschatten,’ zei Molenaar. De volgende stap in het versterken van de stedelijke identiteit is de nieuwe vestiging van Hogeschool Windesheim met een campus aan het water, inclusief 1.250 studentenwoningen. ‘Wij hebben straks studenten die kunnen lunchen aan het strand van het Weerwater. Dat maakt de stad nog meer compleet en versterkt het centrum.’
Een groeibriljant in Almere is The Challenge Family, een bedrijf dat ontstaan is vanuit de eerste Almere Triathlon in 1983 en van dat evenement een exportproduct heeft gemaakt. CEO Jort Vlam vertelde dat bij het jaarlijkse triathlonfestival honderden vrijwilligers uit de stad zijn betrokken. Daarmee is dat feest, net als de eigen eredivisieclub, van groot belang voor de identiteit van de stad en voor het gevoel dat de mensen met elkaar een gemeenschap vormen. ‘De lokale community is het echte kapitaal en met de triathlon doen we veel aan de citymarketing van Almere,’ zei Vlam.
Talent en innovatie in Almere
Het aanbod aan arbeidsplaatsen in Almere blijft achter bij de rest van Nederland, maar voor prijswinnend ondernemer Stijn Nijhuis, CEO van Enreach, is dat juist een pré. Hij is juist enthousiast over het ruime aanbod aan personeel in de stad én hij slaagt er goed in talent van over de hele wereld aan te trekken, ‘want voor hen is het alsof ze in Amsterdam wonen’. Ook prees Nijhuis de samenwerking met de gemeente en de onderwijsinstellingen en de vele mogelijkheden voor bedrijfsuitbreiding.
Almere is intussen vijftig jaar oud en dus zijn de eerste kantoren uit die tijd alweer ruim verouderd en de vraag naar nieuwe kantoren is groot. En dat terwijl ontwikkelaars de beschikbare grond juist willen gebruiken voor woningbouw. ‘We moeten de ruimtereserveringen die we voor bedrijven hebben gemaakt echt beschermen, zo veel vraag is er naar woninglocaties,’ zei Menno Molenaar.
Sociale opgave
Intussen heeft Almere ook een grote sociale opgave. Een belangrijke stakeholder in de stad was aanwezig in de persoon van Koen Westhoff, directeur van corporatie De Alliantie. Hij wees op de alarmerende cijfers over vereenzaming en de dichtheid aan risicogroepen in Almere.
De stad kampt met snelle veroudering van de bevolking en van de woningen uit de oudste stadsdelen, zoals Almere Haven. Er moet in hoog tempo in bestaand stedelijk gebied worden bijgebouwd, vooral voor alleenstaande oudere vrouwen, die hier veertig, vijftig jaar geleden kwamen wonen en die in hun eigen wijk willen blijven. De Alliantie wil graag snel deze alternatieve huisvesting tot stand brengen, maar ook in Almere is verzet tegen sloop en nieuwbouw.
Westhoff zei dat hij vooral op zoek is naar pragmatische samenwerking tussen onderwijs, zorg, welzijn, politie, de bibliotheek en de corporaties. Al die partijen zijn in het stadsdeel Haven bij elkaar gekomen in het Havenverbond en pakken samen de wijkvernieuwing aan. ‘Ieder pakt zijn rol en zo werken we aan een gebiedsexploitatie waarin ook meteen geïnvesteerd wordt in zorgvoorzieningen en ontmoetingsruimtes.’ Westhoff was niet de enige die verwees naar het advies Samen Slim van het Watertorenberaad uit 2023 waarin de voordelen van zo’n samenhangende blik op gebiedsontwikkeling uitvoerig zijn uitgewerkt.
Alledaagse attentheid
Veel direct toepasbare inzichten en adviezen kwamen van Monique Kremer, hoogleraar Actief Burgerschap aan de UvA. Haar mantra voor het werken aan leefbaarheid is ‘alledaagse attentheid in de wijk’. Het gaat erom dat mensen op een ontspannen manier een oogje kunnen houden op hun medemensen. De etnische en sociaal-culturele ‘superdiversiteit’ van oudere stadsdelen maakt het samenleven volgens Kremer niet gemakkelijker. Zij waarschuwde daarbij voor ‘inclusiekramp’: de wens om werkelijk elke groep overal bij te betrekken leidt er juist toe dat mensen afhaken.
Kremer gaf vele voorbeelden van ‘attente plekken’ en stelde de winkels van de Hema daarbij als voorbeeld: die zijn goedkoop, helder en ontspannen. Ook supermarkten spelen als ontmoetingsplek een belangrijke rol. In het algemeen benadrukte zij de functie van ‘commerciële plekken’ van middenstanders die vele jaren op dezelfde plek werken en een samenbindende functie hebben. Grote winkelketens, daarentegen, houden niet van “ouderenhangplekken” in de omgeving van hun vestigingen.
Stadsontwikkelaars kunnen volgens Kremer veel doen voor leefbaarheid en alledaagse attentheid. Kwetsbare mensen houden ervan in hun dagelijkse omgeving geleidelijk van beslotenheid naar openheid te gaan. Té multifunctionele ruimtes scheppen verwarring. Kremer gaf voorbeelden voor de stedelijke inrichting zoals het aanbieden van muurtjes als informele zitmogelijkheden, het helder richten van de entrees van woningen op de straat, het op de bewoners gericht bundelen van toegankelijke en herkenbare functies in gebouwen. Kremer nodigde de conferentiegangers uit gebruik te maken van de expertise van haar vakgroep aan de UvA. ‘Wij staan open voor samenwerking met partijen in projecten die gericht zijn op mensen voor wie ontmoetingen belangrijk zijn.’
Reimar von Meding van KAW architecten past de breedte van de opgaven via slimme en duurzame combinaties toe in projecten in bestaande en nieuwe gebieden. Hij bewijst met een serie praktische voorbeelden hoe het tot uitgangspunt nemen van de ecologische mogelijkheden van een gebied zich verbindt met het borgen van een leefbaar gebied, met gebiedseigen duurzame energieoplossingen en met het vergroten van de sociale veiligheid en het gemeenschapsgevoel. Daarmee sluit hij naadloos aan bij de eerdere oproep van het Watertorenberaad in de publicatie ‘Samen Slim’.
Samen slim
Het advies van 2023 van het Watertorenberaad is goed opgepakt in ambtelijk Den Haag. Hettie Politiek, directeur Grootschalige Woningbouw van VRO, zei dat haar ministerie werkt aan het bijeenbrengen van fysieke en sociale investeringen, zoals in dat advies is bepleit. Er is een kwartiermaker aangetrokken die al aan de slag is en de basis legt voor een innovatieprogramma dat het komende half jaar van start gaat.
Langs die lijn sprak ook Adrian Los, directeur Ruimtelijke Ontwikkeling van VRO. Hij zag niet alleen veel verbinding tussen de opgaves in woningbouw, s leefbaarheid, groen en het onderwijsaanbod, maar ook met beschikbaarheid van energie (stroom, warmte), drinkwater, de kwaliteit van de bodem en het kunnen omgaan met overvloedige regenval, droogte en hitte. Ook werkt VRO met het programma Mooi Nederland weer aan ruimtelijke kwaliteit. Paola Huijding, net aangetreden als afdelingshoofd Ruimtelijke Kwaliteit, let onder meer erop dat voldoende voorinvesteringen in groenblauw en in het sociale domein worden gedaan. Zij benadrukte het grote belang daarbij van de zogenoemde ‘pre-planfase’, waarin het WHY van de opgave heel goed bestudeerd, onderkend en ruimtelijk en programmatisch vertaald moet worden.
Continuïteit
Adrian Los zei dat continuïteit belangrijk is in de ruimtelijke ontwikkeling. Hij zag alle publieke, commerciële en maatschappelijke spelers in deze sector als ‘een systeem’. ‘Niemand heeft het hele overzicht, maar het zou heel destructief zijn als iemand de stekker ergens uittrekt. Het nieuwe regeerakkoord wil oog hebben voor dat systeem en voor die continuïteit,’ zei Los. Verder was hij heel duidelijk over de belangrijke rol van de provincies om de woningbouwopgave van twee (!) miljoen woningen tot 2050 te realiseren. Op de vraag van voorzitter Heleen Herbert wat eind 2025 bereikt zou moeten zijn, zei Los klip en klaar: een formidabele samenwerking met de provincies.
Op die lijn zat ook de directeur-generaal van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), Yvonne van der Brugge. Het RVB heeft sinds maart 2023 de taak mee te werken aan het implementeren van maatschappelijke opgaven en wil daartoe ‘naast de gemeenten’ staan. In Flevoland heeft de dienst ruimte beschikbaar om 55.000 woningen te bouwen. ‘Daarbij kijken we eerst op een realistische wijze naar wat een gebied aankan en wat nodig is. Vroeger verkochten wij alleen maar ons vastgoed, in onze nieuwe rol willen we in control zijn,’ zei Van der Brugge.
In de gebiedsontwikkeling kan maatschappelijke waarde worden geborgd door bijvoorbeeld het samenwerken volgens de filosofie van een Social Impact Fonds. Bart Meijs, directeur van het Social Impact Fonds Rotterdam schetste hoezijn organisatie langzaam maar gestaag groeit en een veelkoppig karakter krijgt omdat zij zich ten dienste mag en kan stellen van meerdere sociaal-maatschappelijke en economische opgaven in de stad. Het Fonds heeft al in zestien bedrijven geïnvesteerd en gaat nu ook zijn vleugels uitslaan naar – in eerste instantie – Den Haag, Amsterdam en Utrecht. Introductie in andere steden wordt verkend.
Pampus
De grootste uitleglocatie van Nederland, Almere Pampus, kreeg natuurlijk ruim aandacht. Rekening houden met water en bodem is het leidende principe bij deze nieuwe ‘stad aan de baai van Almere’, zo legde Thijs van Spaandonk uit, die trekker is van het ontwerpconsortium. Door de situatie van de ondergrond als uitgangspunt te nemen voor het ontwerp bovengronds kan je én een mooie natuurlijk stuk stad maken én toekomstige problemen voor zijn. De projectleider van de omgevingsvisie, Marcel Stolk, vertelde hoe de gemeenteraad van Almere aan de leidende principes als extra ‘sociaal duurzame ontwikkeling’ heeft toegevoegd. Dit is geconcretiseerd in aspecten als het bevorderen van een gezonde levensstijl, directe nabijheid van parken, het tijdig beschikbaar hebben van voorzieningen, aandacht voor ontmoeting, accommoderen van vergrijzing en ‘samen oud worden’.
Bij Pampus speelt natuurlijk ook het waterschap Zuiderzeeland een grote rol. Dijkgraaf Hetty Klavers benadrukte dat haar organisatie kijkt naar het watersysteem in de hele polder met als horizon het jaar 2100. ‘Het solidariteitsgevoel is groot. Niemand wil problemen veroorzaken of afwentelen. We zullen dus alles uit de kast moeten halen. Menno Molenaar omschreef dat gevoel eerder als ‘we are standing on the shoulders of giants’: dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee.
Bekijk hier ook de presentaties van deze conferentie.

















