Transities inzetten voor sociale en maatschappelijke cohesie
Twee van de grootste opgaven van onze samenleving, het aanpakken van het woningtekort en de transitie naar duurzame energie, kunnen we benutten om tegelijk sociale en maatschappelijke segregatie te bestrijden. In meerdere steden wordt daar al aan gewerkt. Het is taaie materie, maar we leren door het te doen en kunnen belangrijke resultaten boeken als we de ervaringen en lessen weten vast te houden en breder toe te passen.
Dat was de rode draad door de verhalen tijdens de jaarconferentie van het Watertorenberaad op 5 november 2025. Het was opmerkelijk hoeveel eensluidendheid er ontstond tussen de bijdragen van topsprekers uit uiteenlopende domeinen als economie, gezondheidszorg, welzijn, klimaat, energie en zelfs defensie. Door dit samen slim bij elkaar te brengen in de ontwikkeling van onze steden en gebieden kunnen we doorbraken bereiken voor de toekomst van onze steden.
De conferentie zoomde in op de situatie in de gaststad, Den Haag, maar de uitdagingen waar de residentie voor staat, gelden voor heel Nederland. Dagvoorzitter Heleen Herbert interviewde de Haagse wethouder Co Engberts. Hij zette de toon met zijn waarschuwing dat het in zijn stad op termijn helemaal fout dreigt te gaan als de maatschappelijke en economische segregatie tussen het ‘zand’ en het ‘veen’ niet nu wordt aangepakt. Daarom wil de gemeente een strak beleid voeren om in nu zwakke buurten ook duurdere huizen te bouwen en in de rijkere delen juist meer sociale woningen neer te zetten. Zo krijgt iedereen aandacht en kansen. Het gaat per saldo vooral om het tegengaan van concentratie van kwetsbaarheden en het ontstaan van een evenwichtiger stedelijke samenleving.
Bekijk hier ook de presentaties van deze conferentie.
Wooncarrière in je eigen buurt
De Haagse directeur Gebiedsontwikkeling & Projecten, Lisette Nijs, wees op de forse groei in inwoners en woningen die haar stad de komende vijftien jaar gaat doormaken en de vele investeringen die daarvoor nodig zijn in infrastructuur en voorzieningen. Deze massale opgave wil de gemeente optimaal ten goede laten komen aan de kracht van de hele stad. Als de gemeente erin slaagt de nieuwe woningen evenwichtiger over de stad te verdelen, leidt dat er ook toe dat mensen in hun eigen stadsdeel een wooncarrière kunnen maken, zo maakte Nijs duidelijk. Ook haar wethouder Robert van Asten (hij zou een paar dagen later Kamerlid worden) stelde zich ferm op. Transities roepen weerstand op, zei hij, maar als je de besluitvorming in dialoog voorbereidt, mag je daarna ook iets vragen van de stad en van de gemeenteraad, namelijk dat ze moeilijke beslissingen willen accepteren en hiervoor samen verantwoordelijkheid willen nemen. Den Haag is hier de laatste jaren intensief mee aan de slag.
Verbinders
Over ruimte maken voor ontmoeting en bouwen aan sociale architectuur ging ook de bijdrage van Jet Bussemaker, onder meer voorzitter van ‘Gezond en Gelukkig Den Haag’ en van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Naast de zorg over de opeenstapeling van problemen in delen van haar stad, ziet zij ook de vele initiatieven van bewoners en professionals (van artsen tot politiemensen) om gemeenschappen te versterken. Er zijn veel ‘verbinders’ aan het werk. Maar die stuiten wel vaak op regeldruk, waar ook de professionals in het maatschappelijk veld last van hebben.
Bussemaker zei dat er grote behoefte is aan ‘brede’ opbouwwerkers, die in buurten mensen kunnen ondersteunen en voorbereiden op veranderingen. Het vernieuwen en verdichten van wijken en het energiezuinig maken van woningen moet samen met de bewoners en de ‘verbinders’ worden gedaan om zo tegelijk de sociale veerkracht van de buurten te versterken. ‘Niet alleen top-down, maar ook community up.’ Zij wees op de meer dan duizend energiecoöperaties en de meer dan tweeduizend zorgcoöperaties in Nederland waarin mensen zelf hun omgeving en hun leven organiseren. Zij pleit ervoor dat de overheid daarvoor fors meer ruimte biedt.
Transitiepijn
Frido Kraanen (DRIFT en bestuurder van Gelre Ziekenhuizen) legde uit dat je niet mag weglopen van ‘transitiepijn’, dat zijn de conflicten en verliesgevoelens die optreden bij ingrijpende veranderingen. De paradox is dat de mensen die – met kapitaal en kennis – de mogelijkheden hebben om transities vorm te geven, er vaak het minste belang bij hebben. En het omgekeerde is ook waar: degenen met het minste kapitaal, kennis en invloed lijden relatief het meeste onder transities. Daar ligt de kiem tot maatschappelijke ontevredenheid. En wanneer de baten en lasten van een transitie worden afgewogen, wordt het verlies altijd veel zwaarder gewogen dan de winst die er te behalen is. Zeker als de winst vooral bij ‘ons allen’ valt en het verlies bij het individu.
Het negeren van transitiepijn leidt volgens Kraanen tot verkramping of een patstelling, ‘zelfs als er brede steun is voor de drijfveren van de transitie’. Dus moet het ‘begrijpen van de pijn’ deel uitmaken van het realiseren van de transitie, of dit nu gaat om hoe en waar we onze woningen bouwen, welk vervoersmiddel we kiezen, wat voor energie we gebruiken of hoe onze oude dag er straks uitziet.
Ongelijke gevallen ongelijk behandelen
De samenleving is niet gelijk en dus moet je ook niet iedereen hetzelfde willen behandelen. Doel is dat gelijke kansen ontstaan. Voorbeelden daarvan gaf Mohamed Acharki, bestuurder van de Amsterdamse corporatie Rochdale. Ook hij sprak over de segregatie in de samenleving. Hij ziet dat corporaties een belangrijke taak hebben om te werken aan de sociale opgaven in de samenleving. Er is nu teveel ‘gedoe’.
Acharki gelooft niet dat de systeemwereld in de weg staat aan ingrijpende veranderingen. ‘Een gevecht tegen de systeemwereld lost niets op. Het gaat erom dat je als corporatie en als bestuurder verantwoordelijkheid neemt en opgaven telkens weer vanuit de mensen benadert. Ongelijke situaties moet je ongelijk durven te behandelen, en fouten maken mag daarbij.’ Niet iedereen heeft zomaar recht op wat iemand anders heeft. ‘Als mensen iets claimen omdat anderen iets hebben gekregen, moet je durven terugduwen.’ Dat is niet per se taak van de manager: ‘Bij Rochdale geven wij medewerkers de verantwoordelijkheid om beslissingen te nemen. Want we willen dat huurders aan elkaar vertellen dat Rochdale de goede dingen doet. En wij steunen onze mensen als ze van wie dan ook tegenwind ervaren.’
‘In niet-westerse culturen is het gebruikelijk dat mensen in een gemeenschap zonder overheidsbemoeienis voor elkaar willen zorgen. We willen ook onze bewoners hier daar de ruimte voor bieden,’ zei Acharki. Het ‘ongelijk investeren in ongelijke gevallen’ van Amsterdam in buurten en voorzieningen vindt hij een goede zaak.
Energietransitie
‘Nieuwe klimaatpaus’ Kees Vendrik, voorzitter van het Nationaal Klimaatplatform, sloot helemaal aan op de eerdere oproepen over de kansen die de energietransitie biedt om zwakke wijken te versterken. Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid geldt nu voor zo’n twintig wijken, maar deze samenhangende en gebiedsgerichte manier van werken moet volgens hem van toepassing worden op wel tweehonderd wijken. Want nog minstens drie miljoen huizen moeten gerenoveerd en energiezuinig worden. ‘Deze transitieopgave is groter dan de stadsvernieuwing uit de jaren zeventig,’ zei Vendrik. Er ligt een enorme opgave voor de woningcorporaties én voor particuliere eigenaren.
Warmtenetten zijn de beste optie om in bestaande wijken ‘van het gas af’ te komen. Die netten zouden als eerste in de zwakke wijken moeten worden uitgerold, juist daar waar de hoge energierekeningen hard aankomen. Dit helpt beter dan subsidies om de energierekeningen aan buitenlandse energieleveranciers te kunnen betalen. Vendrik illustreerde zijn betoog met een TNO-onderzoek over het belang van energiezuinige woningen voor het leven van bewoners: niet alleen lastenverlichting met minder schulden en financiële stress, maar ook 52% minder mensen met reuma en 31% minder astma.
Er zijn heel veel maatschappelijke initiatieven tot energietransitie. ‘Daar is bestuurlijk iedereen dol op, maar ze krijgen nauwelijks overheidsgeld,’ zei Vendrik. Ook hij wees op de belangrijke rol van opbouwwerkers, verbinders in de buurt. Want ingrijpende zaken als een warmtenet in een wijk aanleggen, kan alleen slagen als het met de bewoners is voorbereid en er aan een veerkrachtige gemeenschap is gebouwd. Dat is de taak van de opbouwwerkers en daar hebben we er veel meer van nodig.
Autarkisch
Vendrik legde ook een relatie met het werk van een bijzondere spreker, Cees van Boven, bestuurlijk directeur van de Commandopost Vastgoed van het Ministerie van Defensie. Van Boven is aangesteld om – na dertig jaar van teruglopende budgetten – in korte tijd het tekort aan huisvesting, faciliteiten en infrastructuur van Defensie aan te pakken. Hij moet snel veel bouwen en zoekt een groot deel van de oplossing in industrieel en gestandaardiseerd bouwen. Defensie ziet hier een grote rol voor de markt weggelegd.
Als het gaat om energievoorziening wil hij Defensie minder afhankelijk maken van kwetsbare (inter)nationale systemen. ‘Het moet meer autarkisch, off the grid.’ Daar kan de burgermaatschappij van leren, want decentrale energievoorziening kan ook in wijken en bedrijventerreinen toepasbaar en voordelig zijn. Ook zag Van Boven andere meekoppelende belangen, zoals tussen civiele en militaire infrastructuur en door natuurontwikkeling op en rond oefenterreinen.
Over de behoefte aan meer bedrijventerreinen en het aanpakken van de netcongestie sprak ook Ingrid Thijssen, voorzitter van VNO-NCW. Dit zijn volgens haar slechts enkele van de vele knelpunten die ertoe hebben geleid dat een stille exodus van bedrijven uit Nederland aan de gang is en dreigt verder te gaan. In de Ontwerpnota Ruimte zag zij positieve en gebrekkige punten. Positief is onder andere de aandacht voor industrieclusters en campussen en het koppelen van nieuwe woonlocaties aan infrastructuur en werkplekken. Daartegenover ontbreekt een langjarige investeringsagenda voor infrastructuur. Ook pleit zij voor een wettelijk vastgelegd percentage ruimte voor economische functies in Nederland.
Zo wierp deze jaarconferentie van het Watertorenberaad een relevant licht op het verband tussen woningbouw, energietransitie en het verbeteren van de leefomstandigheden van vooral sociaal kwetsbaardere huishoudens.
De opgaven zijn groot, maar je hoorde onderliggend ook het motto dat velen in ons land gezien de verkiezingsuitslag aanspreekt: ‘Het kan wèl.’
We zijn met een historisch grote nieuwbouwopgave en verbouwing van ons land bezig. We moeten het nu goed doen.








